Neem of krijg je ontslag en moet je een opzegtermijn presteren? Afhankelijk van het aantal jaar dat je in dienst was, kan die variëren van één tot meerdere weken. Bovendien maakt het een verschil of je ontslagen wordt of zelf ontslag neemt. Zo bereken je de opzegtermijn.
Inhoudstafel
Je kwam in dienst voor 2014
Sinds 2014 zijn de regels rond de opzegtermijn dezelfde voor arbeiders en bedienden. Trad je voor die datum in dienst, dan bestaat je opzegtermijn uit twee delen. Voor de periode dat je voor 2014 in dienst was – deel 1 van je opzegtermijn – geldt de oude berekeningsmethode. Voor de periode na 2014 wordt je opzegtermijn op een nieuwe manier berekend en opgeteld bij deel 1, tenzij je de maximale opzegtermijn voor deel 1 al bereikte op 31/12/2013.
De oude berekeningsmethode
Voor bedienden is de opzegtermijn volgens de ‘oude’ methode gebaseerd op het bruto-jaarloon én afhankelijk van je anciënniteit.
- Word je ontslagen, dan geldt voor de periode voor 2014 een opzegtermijn van 3 maanden per begonnen periode van 5 jaar anciënniteit met een jaarloon tot 32.254 euro. Verdiende je meer, dan geldt een opzegtermijn van minstens 3 maanden én 1 bijkomende maand per begonnen jaar anciënniteit.
- Neem je zelf ontslag, dan bedraagt je opzegtermijn anderhalve maand per begonnen periode van vijf jaar anciënniteit. Verdien je jaarlijks minder 32.254 euro, dan is je opzegtermijn beperkt tot drie maanden. Tot 64.508 euro is de opzegtermijn beperkt tot 4,5 maanden, vanaf508 euro moet je maximaal 6 maanden opzeg presteren.
Nieuwe berekening opzegtermijn vanaf 2014
Trad je na 2014 in dienst, dan gelden er nieuwe regels voor de berekening van de opzegtermijn. Die is niet langer gelinkt aan je bruto-jaarloon, maar wel aan je anciënniteit. Net als vroeger maakt het ook een verschil of je ontslagen werd of zelf ontslag nam.
- Je wordt ontslagen
Word je na maximaal drie maanden in dienst ontslagen, dan bedraagt je opzegtermijn 1 week. Heb je drie tot vier maanden anciënniteit, dan moet je 3 weken opzeg presteren. Nadien wordt de opzegtermijn verlengd met 1 week per extra maand anciënniteit. Dus
- 4 tot 5 maanden in dienst: opzegtermijn van 4 weken
- 5 tot 6 maanden: opzegtermijn van 5 weken
Na het eerste halfjaar moet je telkens een week extra opzeg presteren per drie maanden bijkomende anciënniteit.
- 6 tot 9 maanden in dienst: 6 weken opzegtermijn
- 9 tot 12 maanden: 7 weken opzegtermijn
- 12 tot 15 maanden: 8 weken opzegtermijn
- 15 tot 18 maanden: 9 weken opzegtermijn
- 18 tot 21 maanden: 10 weken opzegtermijn
- 21 tot 24 maanden: 11 weken opzegtermijn
Vanaf twee jaar dienst presteer je een opzegtermijn van 12 weken, na drie tot vier jaar dienst bedraagt de opzegtermijn 13 weken, na 4 tot 5 jaar is dat 15 weken. Vanaf dan presteer je 3 weken extra per bijkomend jaar: dus 18 weken voor 5 tot 6 jaar dienst, 21 weken voor 6 tot 7 jaar dienst enzovoort.
Ben je 20 tot 21 jaar in dienst, dan bedraagt de opzegtermijn 62 weken en komt er één week bij per bijkomend jaar dat je in dienst was.
- Je neemt zelf ontslag
Dien je zelf je ontslag in, dan is je opzegtermijn volgens het nieuwe systeem beperkt tot 13 weken. Ben je minder dan drie maanden in dienst, dan moet je maar één week opzeg presteren.
- 0-3 maanden anciënniteit: opzegtermijn 1 week
- 3-6 maanden in dienst: opzegtermijn 2 weken
- 6-12 maanden: 3 weken
- 12-18 maanden: 4 weken
- 18-24 maanden: 5 weken
- 2-4 jaar: 6 weken
- 4 tot 5 jaar: 7 weken
- 5 tot 6 jaar: 9 weken
- 6 tot 7 jaar: 10 weken
- 7 tot 8 jaar: 12 weken
- Meer dan 8 jaar: opzegtermijn van maximaal 13 weken
Bron: acerta.be, hetacv.be
Ontvang onze nieuwsbrief vol tips en boeiende artikels
Wil jij graag op de hoogte blijven van het laatste carrière-advies? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks nuttige tips voor je carrière.