Nederlandstalig met uitstekende kennis van het Frans en Engels of Franstalig met uitstekende kennis van het Nederlands en Engels (goede kennis van het Duits is een pluspunt)
Nederlandstalig met uitstekende kennis van het Frans en Engels of Franstalig met uitstekende kennis van het Nederlands en Engels (goede kennis van het Duits is een pluspunt)
Vloeiend Nederlands (taal van de klant) en Engels voor communicatie met het moederbedrijf, met een basis tot werkbare kennis van het Frans of de bereidheid om deze verder te ontwikkelen; kennis van Duits geldt als een extra troef.
Vloeiend Nederlands (taal van de klant) en Engels voor communicatie met het moederbedrijf, met een basis tot werkbare kennis van het Frans of de bereidheid om deze verder te ontwikkelen; kennis van Duits geldt als een extra troef.